Inhoud cursus
De opleiding:
De opleiding duurt 3 jaar en kan opgesplitst worden in 3 grote delen: theorie, praktijk en stage.
Algemeen:
We proberen de theoretische lessen zo aantrekkelijk mogelijk te maken d.m.v. van video, DVD-ROM, groepswerk, discussiethema's, e.a. De theoretische lessen zijn zeker geen saaie bedoening! Er is ook voldoende gelegenheid om eigen ervaringen op verschillende gebieden uit te wisselen in de klas en een vleugje humor is zeker op zijn plaats.
Theorie:
Eerste jaar:
In het eerste jaar krijgen de leerlingen 4 uur theorie per week, verdeeld over 3 vakken, namelijk zootechniek, voedingsleer en ziekteleer.
- In zootechniek wordt de technische basis van het paardrijden opgefrist en uitgediept.
- Voedingsleer is een praktische cursus die je zal helpen inzicht te krijgen in de diverse voedingsmiddelen en je wegwijs maakt in rantsoenberekening.
- In ziekteleer ligt de nadruk op het gezond houden van jouw paard en EHBO.
Tweede jaar:
Hier krijg je 2 uur theorie per week verdeeld over 2 vakken: zootechniek en didactiek. De rode draad doorheen het 2e leerjaar is van veulen (-11 maand) tot rijpaard. Naast aandacht voor het thema fokkerij komt ook de opvoeding van het veulen en de africhting van het paard ruim aan bod. In de lessen didactiek gaan we ons afvragen hoe we iemand het paardrijden kunnen aanleren.
Derde jaar:
In 3 uren theorie per week komen thema’s zoals wedstrijdbegeleiding, sporthygiëne, stalmanagement, e.d. aan bod, Je krijgt ook praktische informatie in de vorm van lesschema’s en creatieve tips om rijden en lesgeven zo afwisselend mogelijk te maken.
Praktijk:
Bij aanvang van het eerste schooljaar worden de leerlingen opgedeeld in groepjes, naargelang hun basisniveau, het niveau van hun paard en hun interesse (bvb. springruiters, jonge paarden, dressuur, ...)
Er wordt gewerkt in kleine groepen, wat resulteert in een intensieve, bijna individuele begeleiding en waarbij rekening gehouden wordt met de eigen vaardigheden en ingesteldheid. Gastlesgevers zorgen voor de nodige afwisseling.